NetworkWorld heeft de performance van Microsoft’s Hyper-V hypervisor vergeleken met VMware’s ESX. De test werd uitgevoerd op een server met vier CPU’s, die elk weer vier cores bevatten. In totaal stonden er dus 16 parallelle processoren ter beschikking.
In één van de eerste tests werd slechts één virtuele CPU per virtuele machine toegelaten en werd het aantal virtuele machines opgevoerd van nul (dat wil zeggen native performance zonder virtualisatie) tot zes. Als guest operating systeem werd òf Windows Server 2008 gebruikt, òf Novell’s SuSe.
![]()
VMware is hier over het algemeen duidelijk de winnaar en Linux guests winnen het bovendien van Windows Server 2008 guests.
Hierna werden vier virtuele CPU’s per virtuele machine toegelaten om te zien in hoeverre de guest operating systemen zelf efficiënt gebruik konden maken van de parallelle processoren.
![]()
Nu doet Hyper-V het met name beter in de situatie bij drie virtuele machines, waarbij dus de allocatie van CPU’s nog onder het maximum blijft (namelijk 12 van de 16). Probeer je virtueel meer CPU’s te gebruiken dan er fysiek aanwezig zijn – wat bij zes virtuele machines het geval is – dan zakken beide hypervisors behoorlijk weg.
Na ook de I/O performance van beide hypervisors te testen luidt de eindconclusie van NetworkWorld als volgt:
VMware’s initial lead in the marketplace has given it a performance lead in most of the areas that we tested, although Microsoft’s prowess is beginning to show in a core area – consolidation of single-CPU focused VM performance. Both vendors are likely to improve their performance numbers rapidly, as it’s a source of strong competition between them. Biting at their heels are offerings from Citrix, Sun and Red Hat, as well as open source developments that are reaching commercial potential. VM performance is certainly an area to keep an eye on.
[...] 29, 2008 by Bert Bouwhuis Na eerder al de performance resultaten gepubliceerd te hebben in de vergelijking ESX versus Hyper-V, heeft [...]