Microsoft heeft meer duidelijkheid gegeven in de condities waarop Exchange Server ondersteund wordt binnen virtuele machines. Tevens worden aanbevelingen gegeven om zowel verse 2003 als – met name – versie 2007 goed te laten lopen in zo’n omgeving. Voor alle serversoftware van Microsoft geldt allereerst dat de onderliggende hypervisor zelf gevalideerd moet zijn. Momenteel is dat alleen Hyper-V en Novell (Xen). Binnenkort zullen er wel meer volgen, waaronder VMware ESX, Citrix XenServer, Sun xVM Server en Virtual Iron.
Een paar opvallende punten voor versie 2007 zijn verder:
- Alle rollen worden virtueel ondersteund, behalve de Unified Messaging rol.
- Virtuele disks moeten een vaste grootte hebben en mogen dus niet dynamisch groeiend ingesteld worden.
- De Exchange-eigen methodes voor hoge beschikbaarheid (zoals Cluster Continuous Replication en Single Copy Clusters) mogen niet gecombineerd worden met soortgelijke methoden die de hypervisor zelf aanbiedt. Tevens wordt aanbevolen om de Exchange-eigen methoden te gebruiken.
- Het maken van snapshots van virtuele machines waar Exchange in draait wordt niet ondersteund.
- Het aantal virtuele processoren mag niet groter zijn dan twee maal het totale aantal logische processoren. Het begrip logische processor is gedefinieerd als een core binnen een fysieke processor.
- Omdat Exchange erg I/O intensief is, wordt het aanbevolen om op omgevingen waar de I/O niet rechtstreeks wordt afgehandeld, geen andere I/O intensieve applicaties te draaien op dezelfde fysieke server.
- Voor backups wordt aangeraden om dit bij voorkeur binnen de virtuele machine te regelen. Het mag ook op hypervisor-niveau als deze Volume Shadow Copy Services (VSS) ondersteuning voor de virtuele machines biedt.
Bron: Microsoft TechNet.
[...] ervan niet een te hoge bottleneck creƫert. Dit geldt bijvoorbeeld voor applicaties als Microsoft Exchange en SQL [...]