De virtualisatie-oplossingen van verschillende leveranciers zijn moeilijk met elkaar te vergelijken. Er zijn al meerdere pogingen gedaan, met name sinds het beschikbaar komen van Microsoft’s Hyper-V.
Chris Wolf van de Burton Group zet nu opnieuw de licentiekosten van de vier belangrijkste servervirtualisatie oplossingen op een rij. Hij neemt als uitgangspunt een hoog-beschikbare configuratie, dus twee fysieke machines. Daarop draaien zes virtuele machines, met Windows 2003 guest operating systemen. Omdat Citrix zelf nog geen standaard hoge beschikbaarheid heeft, kiest hij overigens voor de Stratus variant op basis van XenServer.
Als de Windows Server 2003 licenties niet worden meegenomen (dus ervan uitgaand dat die er al zijn) krijg je het volgende plaatje:
| Leverancier | Licentieprijs |
| Stratus | $4.990 |
| Microsoft | $7.998 |
| Virtual Iron | $3.196 |
| VMware | $7.524 |
Moet je toch nog Windows Server 2003 licenties aanschaffen, dan ziet de vergelijking er opeens heel anders uit:
| Leverancier | Licentieprijs |
| Stratus | $10.960 |
| Microsoft | $7.998 |
| Virtual Iron | $9.166 |
| VMware | $13.494 |
Alhoewel er natuurlijk nog genoeg te nuanceren valt aan zo’n vergelijking, zie je toch al een zeker vendor lock-in effect: als je de Microsoft hypervisor kiest krijg je de guest operating systemen er “gratis” bij, waardoor je de laagste prijs bereikt. Dit komt overigens met name door de “downgrade rights” van Microsoft: je mag Windows Server 2003 draaien op basis van een gekochte Windows Server 2008 licentie (en die laatste heb je al omdat Hyper-V een onderdeel is van Windows Server 2008). Zo’n “downgrade right” is op zich wel weer een goede zaak natuurlijk…
Kijk voor het volledige overzicht van Chris Wolf hier.