Dilip Naik is een oud Microsoft medewerker en auteur van onder andere het boek “Inside Windows”, uitgegeven door Addison Wesley. Dilip heeft een white paper geschreven over de verschillende storage-opties die je kunt kiezen voor zowel de “parent partition” van Hyper-V als de “client partitions“.
Een korte toelichting op deze Microsoft-terminologie is wellicht op zijn plaats. Hyper-V bestaat uit een dunne hypervisor die zelf alleen de meest primitieve aansturing van de hardware verzorgt (met name de CPU’s, de Interrupt Controllers, de system timers en het fysieke interne geheugen). Meer geavanceerde diensten worden geleverd door de “parent partition” (op dit moment is dat eigenlijk Windows Server 2008 zelf). De guest operating systemen die gevirtualiseerd draaien heten dan de “child partitions“. Zulke childs kunnen 100% ongemodificeerd draaien, of in de zogenoemde “enlightment” mode. In het laatste geval is er speciale code aanwezig in het guest operating systeem om met de hypervisor / parent partition te communiceren. Eigenlijk is dit dus gewoon een vorm van paravirtualisatie.
De white paper geeft een gedetailleerd en – voor zover te zien – redelijk neutraal overzicht van de Hyper-V architectuur en van de verschillende storage opties. De paper is hier als PDF te downloaden (met dank aan HyperVoria).