Feeds:
Posts
Comments

De nieuwe “VMware vCloud Hybrid Serice – Disaster Recovery” biedt Disaster Recovery als onderdeel van VMware’s eigen cloud oplossing. Op basis van self service kun je de Recovery Point Objective instellen tussen 15 minuten en 24 uur; als Recovery Time Objective wordt 4 uur of minder geboden.

 

DRaaS

Je kunt tot maximaal 500 virtuele machines beschermen. Vreemd genoeg wordt er in de oplossing niet gebruik gemaakt van VMware’s on-premises oplossing voor Disaster Recovery: de Site Recovery Manager.

Je rekent de dienst af op basis van de geabonneerde rekenkracht, de hoeveelheid storage en de benodigde IP-adressen. Inbegrepen is de mogelijkheid om per jaar twee keer te testen, gedurende maximaal 7 dagen per keer. Bij een daadwerkelijke ramp kun je zonder extra kosten 30 dagen op de DR omgeving draaien. Het is echter geen Managed Service, dus alles is in principe op basis van self service, dan wel via een VMware partner uiteraard.

Lees hier het persbericht van vandaag.

Netwerkvirtualisatie is minder bekend – en ook minder uitontwikkeld – dan servervirtualisatie. Daarom heeft Microsoft het concept in een eBook uitgelegd, uiteraard op basis van Hyper-V.

Hyper-V network virtualization

Het eBook is hier in verschillende formaten te downloaden, waaronder een 94-pagina tellend PDF formaat. Dat geldt overigens ook voor alle andere eBooks van Microsoft.

Scott Lowe heeft een “Dummies” boek geschreven over de nieuwe manier om storage in een virtueel serverpark te realiseren. Nutanix is één van de leveranciers die zulke storage aanbiedt en is ook het bedrijf dat het boek helpt verspreiden. Het komt echter absoluut niet over als een marketing-verhaal van Nutanix.

SDS for Dummies

Het boek eindigt met een opsomming van 10 feiten over Software Defined Storage (SDS):

  1. De basis van SDS is virtualisatie
  2. SDS is echter veel meer dan alleen virtualisatie
  3. Hardware is nog steeds belangrijk
  4. Het is niet nodig compromissen te accepteren bij SDS
  5. SDS borduurt voort op een architectuur die voor de cloud nodig bleek
  6. Flash storage is een logische uitbreiding op hard disks binnen SDS
  7. Het ontkoppelen van data en de controle erover verhoogt de flexibiliteit
  8. X86 hardware wordt de norm
  9. SDS is niet meer weg te denken
  10. SDS heeft een positief business effect

Het boek is hier na e-mail registratie als PDF van 46 pagina’s te downloaden.

Alhoewel de oplossing van FSLogix al enige tijd beschikbaar is, blijft het concept erachter uniek. Gangbare applicatie-virtualisatie oplossingen laten namelijk een virtuele operating systeem omgeving zien bij de installatie van een applicatie. Daardoor kunnen ze wijzigingen als gevolg van de installatie in bijvoorbeeld het file systeem of de system registry onderscheppen en elders bewaren. Als de applicatie eenmaal gaat draaien, dan wordt die elders bewaarde informatie weer aan de applicatie getoond door opnieuw een operating systeem omgeving te simuleren.

FSLogix

FSLogix draait dit verhaal om. Een applicatie wordt bij FSLogic op de normale geïnstalleerd en wijzigt daarbij dus de omgeving van het operating systeem. Op het moment dat een gebruiker inlogt wordt bepaald of die wijzigingen zichtbaar worden voor die gebruiker. Als die zichtbaarheid niet gewenst is verdwijnt elk spoor van de applicatie: shortcuts, bestanden, registry settings, file associaties, etc. Voor de gebruiker bestaat de applicatie dus helemaal niet.

Een paar voordelen:

  • alle desktops kunnen van hetzelfde image gebruik maken;
  • installaties gebeuren op de traditionele manier (waaronder drivers als het nodig is);
  • het aan- en uitzetten van een applicatie gaat zeer snel;
  • tijdens run-time is er geen virtuele schil die de performance nadelig kan beïnvloeden.

Een paar nadelen:

  • je hebt nog steeds een traditionele beheeromgeving nodig om applicaties te distribueren;
  • meerdere versies van dezelfde applicaties kunnen alleen naast elkaar draaien als ze geen conflicterende gemeenschappelijke resources gebruiken.

De white paper van FSLogix is hier als PDF bestand van 9 pagina’s – na e-mail registratie – te downloaden.

Wat server-virtualisatie betreft is een “virtualiseren tenzij” strategie gangbaar geworden. Met andere woorden, je moet goede argumenten hebben om een server niet te virtualiseren. Zulke goede argumenten waren vaak aanwezig voor minstens twee type servers: (1) domain controllers (DC’s) met daarop de Active Directory services en (2) backup servers.

Wat DC’s betreft werd er vaak voor gekozen om tenminste één DC niet te virtualiseren. Als echter de nieuwe features in Windows Server 2012 op de juiste manier worden gebruikt is dat eigenlijk niet langer nodig.

De belangrijkste reden om tenminste één DC niet te virtualiseren had te maken met de wijze waarop meerdere DC’s bijhouden welke wijzigingen wel of niet doorgegeven moeten worden naar andere DC’s. Deze zogenoemde Update Sequence Number (USN) methode kon je om zeep helpen in een virtuele omgeving, omdat het erg eenvoudig is om een DC terug te zetten in de tijd: denk aan een snapshot die je terug zet of aan een disaster recovery omgeving. Tijdsynchronisatie is sowieso van elementair belang om meerdere DC’s goed te laten functioneren.

Voor USN heeft Microsoft in Windows Server 2012 64-bits een nieuwe teller toegevoegd, genaamd VM-Generation ID. Als de hypervisor daar op de juiste wijze gebruik van maakt – en vSphere 5.0 update 2 of nieuwer doet dat bijvoorbeeld – dan blijven meerdere DC’s goed werken, zelfs als er één teruggezet wordt in de tijd.

Alles is in detail na te lezen in een white paper van VMware. Een citaat uit de conclusie daarvan:

Active Directory is the core directory and authentication source for many organizations. Although some virtualization of Active Directory domain controllers is common, organizations remain cautious about virtualizing 100 percent of their Active Directory infrastructure. With the release of Windows Server 2012, virtual machine snapshots and cloning of virtualized domain controllers is now possible, relatively safe and supported. Complete virtualization of an Active Directory infrastructure is achievable when best practices are followed.

De white paper is hier als PDF van 62 pagina’s te downloaden.

Bron: Eric Sloof

Er is een duidelijke trend waarneembaar in zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve marktgegevens: storage arrays zoals wij dit nu kennen zijn op hun retour.

Want kwantiteit betreft: ondanks de groei in de verkoop van disk drives (zowel HDD als flash) is er een daling in de verkoop van storage arrays. IT Candor heeft de cijfers op een rij gezet over de periode 2000 tot en met 2013 en het begin van de kredietcrisis in 2008 geeft daarbij een duidelijk omslagpunt aan.

Storage arrays IT Candor

IT Candor noemt als oorzaak dat de groei van big data voornamelijk ongestructureerde data betreft (en dat klopt, databases met gestructureerde data zijn meestal niet zo groot) en dat klanten blijkbaar geen behoefte (meer?) hebben om ongestructureerde data op storage arrays te plaatsen.

Er is echter een tweede trend gaande en die betreft die van de hyperconverged server / storage oplossingen. Deze oplossingen zijn specifiek bedoeld voor virtuele server omgevingen – en wie heeft die tegenwoordig niet? Kenmerkend is dat de shared storage van de storage arrays (zowel block-oriented SAN als NAS) vervangen worden door direct attached storage (DAS) in de servers zelf. De hyperconvergence software zorgt er dan voor dat de pool van DAS schijven zich naar de servers toe gedraagt als een hoog beschikbaar shared storage systeem. Eén van de voordelen ervan is de – in theorie – lineaire schaalbaarheid van zowel CPU-power, RAM memory, TB opslag, als IOPS. Ook haal je er de potentiele bottleneck mee weg die bij een storage arrays in het Storage Area Netwerk kan ontstaan.

Scott Lowe heeft in december vorig jaar op Wikibon nog een goed overzicht geschreven van zulke hyperconverged oplossingen. Hij behandelt daarin met name VMware’s VSAN product en oplossingen van Scale Computing, Nutanix en SimpliVity.

Als je naar de funding kijkt zou Nutanix overigens wel eens de snelste groei kunnen gaan doormaken.

Er komen steeds meer leveranciers met alternatieven voor traditionele shared storage oplossingen. Kenmerkend is dat ze allen intensief gebruik maken van flash storage, vanaf nul ontworpen zijn voor virtuele omgevingen en vaak proprietary software gebruiken om lokale server storage in een shared pool te combineren. Deze zogenoemde “converged infrastructures” zijn dan eenvoudiger te beheren en beter schaalbaar in zowel CPU- als storage-power.

In The Register staat een informatief kort overzicht van de verschillende oplossingen op dit moment. De belangrijkste namen daarin zijn VCE, Nutanix, SimpliVity en VMware VSAN.

Maxta

Daarnaast wordt met name Maxta als veelbelovende new kid on the block benoemd.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.